Even
terug in de tijd. Panama werd net zoals de rest van Zuid-Amerika
veroverd door de Spanjaarden. Columbus was hier pas in 1502 maar
voor hem was er een onbekende ontdekker, de bemanning van zijn schip
was
uitgehongerd
en het ging zeer slecht aan boord. Er kwam land in zicht en hij sprak
de legendarische woorden : “Hier gaan we aan land in God's naam”
wat in het Spaans is “Nombre de Dios” en zo kreeg dit plaatsje
zijn naam die het nu nog steeds heeft. Nombre de Dios werd de
belangrijkste doorvoerhaven voor al de schatten die er geplunderd
werden in onder andere Peru. Het was de plaats waar het land dat
doorkruist moest worden het smalst was.
Rond
1570 werd deze haven kort en klein geslagen door Francis Drake en de
Spanjaarden verhuisden naar Portobelo. Hier werd een Fort, een
batterij en een kasteel gebouwd om rovers en zeerovers en andere
vijanden te bekampen.
Deze
twee plaatsen waren het ons hoofddoel vandaag.
We
vertrokken dus vanmorgen vanuit ons hotel eerst naar Portobelo. Daar
bezochten we de ruines van het Fort en de batterij .Het kasteel is
aan de andere kant van de baai en is moeilijk te bereiken er zijn ook
zo goed als geen resten meer van want de Amerikanen gebruiken deze
stenen voor de bouw van het Panama kanaal.
Het
fort en de batterij zijn zeer fel in verval. Na de vernielingen van
einde 19 de eeuw is er niets aan hersteld.
Er
zijn de dikke muren en de bewakingstorentjes langs de Caraïbische
kust en de lopen van de kanonnen liggen nog aan de schietgaten. Het
is wel indrukwekkend zeker als je de geschiedenis kent die erachter
zit. Het is nu wel werelderfgoed, maar de Panamese staat doet hier
niets mee. Er komen zeer weinig bezoekers. Als zoiets bij ons zou
zijn zou het een trekpleister zijn en zou het gerestaureerd worden.
Na
Portobelo reden we verder naar Nombre de Dios. Hier zijn geen resten
meer over van het fort of van de verdedigingswerken. Niets herinnert
nog aan deze tijd, maar alleen de naam en de geschiedenis deed ons
beslissen tot daar door te rijden om toch eens te gaan zien. Er is
niks te zien.... Aan de ene kant van het 1000 inwoners tellende
dorpje, wonen vissers langs de Caraïbische kust, die hier helemaal
niet indrukwekkend is en aan de andere kant van het dorpje zijn er
enkele 'nieuwere huisjes'
Daarna
reden we terug richting hotel waar we net op tijd waren om te
genieten van een tropisch onweer. Onze kamer is op de 5de verdieping
en ligt op een berg. Rondom allemaal oerwoud. In de verte lag
Panama stad nog in de zon te blinken terwijl bij ons een onweer
overtrok. Stilaan trok alles toe. De stad verdween, de bergen
verdwenen, enkel bliksem, donder en regen en daar hebben wij een uur
staan op kijken vanop ons terras. Weer kan ook als het slecht is
toch heel mooi zijn.....
Na de
bui zijn we naar Gamboa gereden, het dichtst bijzijnde dorpje hier.
We waren tot nu toe enkel aan de boot ramp geweest voor ons vertrek
en aankomst naar Jungleland, het dorp zelf hadden we nog niet
bezocht.
Vaststelling
ook hier, er is niks te zien. Vroeger was dit een mooi dorpje waar
de rijke Amerikanen woonden die aan de bouw van het Panama kanaal
hielpen. Mooie huizen met verzorgde tuinen (naar het schijnt). Nu
is het vergane glorie. De huizen zijn aan 't vervallen en er is geen
enkele winkel of andere handelszaak. Het enige interessante is dat
het Panama kanaal voor de deur ligt. Misschien lijkt het nu alsof we
een saaie dag hadden, maar dat is helemaal niet zo. Dit is het leven
zoals het is, en zo willen wij het zien. Niet alleen het
toeristische is voor ons belangrijk .
Het
verkeer hier daar moeten we toch elke dag aan wennen. Je geraakt
nergens zonder dat je de weg vraagt. Alles is enorm verwarrend omdat
er geen wegaanduidingen zijn. De richting ergens naartoe staat pas
op de splitsing of afslag zelf aangeduid (als er die al is) wat op
een autostrade wel vervelend is. Als je ergens de weg vraagt moet je
ook zien aan wie je dat vraagt. De meeste mensen kennen blijkbaar
alleen hun eigen straat, en weten geeneens de namen van de dorpen of
plaatsen rondom hun. Een kaart moet je hun al helemaal niet tonen,
want ze kunnen niet zeggen waar op die kaart we ergens zijn, 't is
dan alsof ze iets in 't Chinees voor hun neus krijgen. Zelfs toen we
gisteren de weg vroegen aan een tolhuisje op de autostrade, wist de
man die in dat huisje staat om de wegentol te innen niet waar hij
ergens stond. Raar toch!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten