woensdag 30 september 2015

Portobelo en Nombre de Dios



Even terug in de tijd. Panama werd net zoals de rest van Zuid-Amerika veroverd door de Spanjaarden. Columbus was hier pas in 1502 maar voor hem was er een onbekende ontdekker, de bemanning van zijn schip was
uitgehongerd en het ging zeer slecht aan boord. Er kwam land in zicht en hij sprak de legendarische woorden : “Hier gaan we aan land in God's naam” wat in het Spaans is “Nombre de Dios” en zo kreeg dit plaatsje zijn naam die het nu nog steeds heeft. Nombre de Dios werd de belangrijkste doorvoerhaven voor al de schatten die er geplunderd werden in onder andere Peru. Het was de plaats waar het land dat doorkruist moest worden het smalst was.
Rond 1570 werd deze haven kort en klein geslagen door Francis Drake en de Spanjaarden verhuisden naar Portobelo. Hier werd een Fort, een batterij en een kasteel gebouwd om rovers en zeerovers en andere vijanden te bekampen.
Deze twee plaatsen waren het ons hoofddoel vandaag.
We vertrokken dus vanmorgen vanuit ons hotel eerst naar Portobelo. Daar bezochten we de ruines van het Fort en de batterij .Het kasteel is aan de andere kant van de baai en is moeilijk te bereiken er zijn ook zo goed als geen resten meer van want de Amerikanen gebruiken deze stenen voor de bouw van het Panama kanaal.
Het fort en de batterij zijn zeer fel in verval. Na de vernielingen van einde 19 de eeuw is er niets aan hersteld. 





 
Er zijn de dikke muren en de bewakingstorentjes langs de Caraïbische kust en de lopen van de kanonnen liggen nog aan de schietgaten. Het is wel indrukwekkend zeker als je de geschiedenis kent die erachter zit. Het is nu wel werelderfgoed, maar de Panamese staat doet hier niets mee. Er komen zeer weinig bezoekers. Als zoiets bij ons zou zijn zou het een trekpleister zijn en zou het gerestaureerd worden.
Na Portobelo reden we verder naar Nombre de Dios. Hier zijn geen resten meer over van het fort of van de verdedigingswerken. Niets herinnert nog aan deze tijd, maar alleen de naam en de geschiedenis deed ons beslissen tot daar door te rijden om toch eens te gaan zien. Er is niks te zien.... Aan de ene kant van het 1000 inwoners tellende dorpje, wonen vissers langs de Caraïbische kust, die hier helemaal niet indrukwekkend is en aan de andere kant van het dorpje zijn er enkele 'nieuwere huisjes'
Daarna reden we terug richting hotel waar we net op tijd waren om te genieten van een tropisch onweer. Onze kamer is op de 5de verdieping en ligt op een berg. Rondom allemaal oerwoud. In de verte lag Panama stad nog in de zon te blinken terwijl bij ons een onweer overtrok. Stilaan trok alles toe. De stad verdween, de bergen verdwenen, enkel bliksem, donder en regen en daar hebben wij een uur staan op kijken vanop ons terras. Weer kan ook als het slecht is toch heel mooi zijn.....
Na de bui zijn we naar Gamboa gereden, het dichtst bijzijnde dorpje hier. We waren tot nu toe enkel aan de boot ramp geweest voor ons vertrek en aankomst naar Jungleland, het dorp zelf hadden we nog niet bezocht.
Vaststelling ook hier, er is niks te zien. Vroeger was dit een mooi dorpje waar de rijke Amerikanen woonden die aan de bouw van het Panama kanaal hielpen. Mooie huizen met verzorgde tuinen (naar het schijnt). Nu is het vergane glorie. De huizen zijn aan 't vervallen en er is geen enkele winkel of andere handelszaak. Het enige interessante is dat het Panama kanaal voor de deur ligt. Misschien lijkt het nu alsof we een saaie dag hadden, maar dat is helemaal niet zo. Dit is het leven zoals het is, en zo willen wij het zien. Niet alleen het toeristische is voor ons belangrijk .
Het verkeer hier daar moeten we toch elke dag aan wennen. Je geraakt nergens zonder dat je de weg vraagt. Alles is enorm verwarrend omdat er geen wegaanduidingen zijn. De richting ergens naartoe staat pas op de splitsing of afslag zelf aangeduid (als er die al is) wat op een autostrade wel vervelend is. Als je ergens de weg vraagt moet je ook zien aan wie je dat vraagt. De meeste mensen kennen blijkbaar alleen hun eigen straat, en weten geeneens de namen van de dorpen of plaatsen rondom hun. Een kaart moet je hun al helemaal niet tonen, want ze kunnen niet zeggen waar op die kaart we ergens zijn, 't is dan alsof ze iets in 't Chinees voor hun neus krijgen. Zelfs toen we gisteren de weg vroegen aan een tolhuisje op de autostrade, wist de man die in dat huisje staat om de wegentol te innen niet waar hij ergens stond. Raar toch!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten